functie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • func·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord functie functies
verkleinwoord functietje functietjes

Zelfstandig naamwoord

functie v

  1. doel of taak binnen een geheel van een systeem of apparaat
    De functie van de antenne is om het radiosignaal te ontvangen.
    (informatica) onderdeel van de Systeem Ontwikkelings Methodologie is een rapport dat bestaat uit een volledige beschrijving van de functies van het informatiesysteem
  2. positie, ambt of betrekking binnen een bedrijf of organisatie
    Wat is de functie van die nieuwe werknemer?
  3. (wiskunde) definieert de afhankelijkheid van één element (de functiewaarde) van één of meer anderen
  4. (informatica) onderdeel van de broncode van een computerprogramma
    De ontwikkelaar had uitgevonden in welke functie het programma fout ging.


Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl