flits

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • flits
enkelvoud meervoud
naamwoord flits flitsen
verkleinwoord (flitsje) (flitsjes)

Zelfstandig naamwoord

flits m

  1. een korte uitbarsting van licht
    Een flits aan de horizon was de eerste aankondiging van het komende onweer.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen