fess

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

enkelvoud meervoud
fess fesses

Zelfstandig naamwoord

fess

  1. (heraldiek) faas
vervoeging
onbepaalde wijs to fess
he/she/it fesses
verleden tijd fessed
voltooid
deelwoord
fessed
onvoltooid
deelwoord
fessing
gebiedende wijs fess

Werkwoord

fess

  1. ~ up opbiechten, toegeven
    «It's time to fess up; you did it!»
    Het is tijd om het toe te geven; jij hebt het gedaan!