faas
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- faas
Woordherkomst en -opbouw
- Afrkomstig van Latijn "fascia".
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | faas | fazen |
| verkleinwoord | faasje | faasjes |
Zelfstandig naamwoord
- (heraldiek) een der herautstukken; een horizontale band die het middelste derde deel van het veld van het wapen beslaat
- Een faas kan gegolfd, gepunt, verkort of getinneerd zijn en met andere stukken beladen.