farce

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • far·ce
enkelvoud meervoud
naamwoord farce farcen, farces
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

farce v/m

  1. een lachwekkende vertoning
    Dat optreden van die twee oude vrouwen was een farce.
Synoniemen


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
farce farces

Zelfstandig naamwoord

farce

  1. klucht