-voud

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Huidig
bestand
8
Uitspraak

Niet in de woordenlijst van de Taalunie

Woordherkomst en -opbouw

Achtervoegsel

-voud

  1. ter vorming van bijvoeglijk naamwoorden en bijwoorden afgeleid van bepaalde en onbepaalde hoofdtelwoorden, met als betekenis ‘zo veel, zo vaak e.d. als in het telwoord is genoemd’; b.v. in duizendigvoud, menigvoud, zevenvoud
  2. ter vorming van zelfstandig naamwoorden afgeleid van bepaalde en onbepaalde hoofdtelwoorden, met als betekenis 'zoveel maal het aantal e.d. als in het telwoord wordt genoemd; b.v. in tweevoud, vijfvoud, veelvoud
  3. ter vorming van zelfstandig naamwoorden van een bijvoeglijk naamwoord, verwant met vouwen
    -voud bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Verwante begrippen
Hyponiemen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl