engagement
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- en·ga·ge·ment
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | engagement | engagementen |
| verkleinwoord | engagementje | engagementjes |
Zelfstandig naamwoord
engagement o
- het belang hechten aan een maatschappelijke kwestie