eindig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • ein·dig

Werkwoord

vervoeging van
eindigen

eindig

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van eindigen
    Ik eindig.
  2. gebiedende wijs van eindigen
    Eindig!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van eindigen
    Eindig je?


Afrikaans

stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
eindig
geëindig
volledig

Werkwoord

eindig

  1. eindigen