overdadig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·da·dig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen overdadig overdadiger overdadigst
verbogen overdadige overdadigere overdadigste

Bijvoeglijk naamwoord

overdadig

  1. meer dan nodig
    De jongen nam een overdadige hoeveelheid kaas op zijn brood.
Synoniemen
Vertalingen