overdadig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- over·da·dig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | overdadig | overdadiger | overdadigst |
| verbogen | overdadige | overdadigere | overdadigste |
Bijvoeglijk naamwoord
overdadig
- meer dan nodig
- De jongen nam een overdadige hoeveelheid kaas op zijn brood.