eentonig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- een·to·nig
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | eentonig | eentoniger | eentonigst |
| verbogen | eentonige | eentonigere | eentonigste |
Bijvoeglijk naamwoord
eentonig
- saai doordat het telkens hetzelfde is
- Jan deed eentonig werk waarbij hij telkens bakken van de lopende band moest afhalen.