eentonig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • een·to·nig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van een en toon met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen eentonig eentoniger eentonigst
verbogen eentonige eentonigere eentonigste

Bijvoeglijk naamwoord

eentonig

  1. saai doordat het telkens hetzelfde is
    Jan deed eentonig werk waarbij hij telkens bakken van de lopende band moest afhalen.
Vertalingen