druipen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- drui·pen
Werkwoord
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| druipen 'drʌʏ.pə(n) |
droop drop |
gedropen ɣə.'dro.pə(n) |
| Klasse 2 | volledig | |
druipen
- (ergatief) het vallen van druppels.
- Deze hars is miljoenen jaren geleden uit de bomen gedropen en daarna versteend tot barnsteen
- (inergatief) het produceren van druppels.
- Ik geloof dat ik nog nooit zo hard gedropen heb van het zweet.
- (overgankelijk) (kunst) het laten vallen van druppels verf als schildertechniek.
- Uiterst beheerst wordt de verf over het doek gedropen.