doorstoken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • door·sto·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorstoken
stookte door
doorgestookt
zwak -t volledig

Werkwoord

dóórstoken

  1. (inergatief) voortgaan met stoken
    De kogels vlogen om zijn oren, maar hij stookte onverstoorbaar door.

Werkwoord

vervoeging van
doorsteken

doorstóken

  1. voltooid deelwoord van doorsteken
Verwante begrippen