doorsteken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • door·ste·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorsteken
stak door
doorgestoken
klasse 4 volledig

Werkwoord

dóórsteken

  1. (ergatief) afsnijden, een kortere weg nemen door ergens dwars doorheen te gaan.
  2. compenseren van drift of verzet, bijvoorbeeld door bij het oversteken van stromend water schuin tegen de stroming in te varen.
  3. (overgankelijk) in / door een opening heen doen.
  4. (overgankelijk) met een lang voorwerp door een buis gaan met als doel deze open te maken, te ontstoppen.
  5. (overgankelijk) met een stekende beweging een gat maken.
Vertalingen
Spreekwoorden
  • de dijk doorsteken
een gat in de dijk maken
Woordafbreking
  • door·ste·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorsteken
doorstak
doorstoken
klasse 4 volledig

Werkwoord

doorstéken

  1. (overgankelijk) geheel doorboren met een scherp hulpmiddel.
    In het gevecht werd hij doorstoken met een lans.
Vertalingen