doorsteken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- dóórsteken
- doorstéken
Woordafbreking
- door·ste·ken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| doorsteken |
stak door |
doorgestoken |
| klasse 4 | volledig | |
Werkwoord
dóórsteken
- (ergatief) afsnijden, een kortere weg nemen door ergens dwars doorheen te gaan.
- compenseren van drift of verzet, bijvoorbeeld door bij het oversteken van stromend water schuin tegen de stroming in te varen.
- (overgankelijk) in / door een opening heen doen.
- (overgankelijk) met een lang voorwerp door een buis gaan met als doel deze open te maken, te ontstoppen.
- (overgankelijk) met een stekende beweging een gat maken.
Vertalingen
3. in / door een opening heen doen
4. met een lang voorwerp door een buis gaan met als doel deze open te maken
Spreekwoorden
- de dijk doorsteken
- een gat in de dijk maken
Woordafbreking
- door·ste·ken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| doorsteken |
doorstak |
doorstoken |
| klasse 4 | volledig | |
Werkwoord
doorstéken
- (overgankelijk) geheel doorboren met een scherp hulpmiddel.
- In het gevecht werd hij doorstoken met een lans.
Vertalingen
1. geheel doorboren met een scherp hulpmiddel