doorspoelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- door·spoe·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| doorspoelen |
spoelde door |
doorgespoeld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
dóórspoelen
- (overgankelijk) een vloeistof door iets heen laten stromen, gewoonlijk ter zuivering
- Ik zal wel even flink doorspoelen.
- (inergatief) doorgaan met spoelen
- Spoel nog maar een tijdje door!
- (overgankelijk) een band versneld van de ene spoel op de andere rollen
- Ik heb dat stuk van de opname doorgespoeld, want daar is niet naar te luisteren.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| doorspoelen |
doorspoelde |
doorspoeld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
doorspóélen
- (overgankelijk) geheel doorgéven
- De heerlijke geuren doorspoelden de gehele zaal.