doorspoelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • door·spoe·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorspoelen
spoelde door
doorgespoeld
zwak -d volledig

Werkwoord

dóórspoelen

  1. (overgankelijk) een vloeistof door iets heen laten stromen, gewoonlijk ter zuivering
    Ik zal wel even flink doorspoelen.
  2. (inergatief) doorgaan met spoelen
    Spoel nog maar een tijdje door!
  3. (overgankelijk) een band versneld van de ene spoel op de andere rollen
    Ik heb dat stuk van de opname doorgespoeld, want daar is niet naar te luisteren.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorspoelen
doorspoelde
doorspoeld
zwak -d volledig

Werkwoord

doorspóélen

  1. (overgankelijk) geheel doorgéven
    De heerlijke geuren doorspoelden de gehele zaal.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen