doorbladeren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- door·bla·de·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| doorbladeren |
bladerde door |
doorgebladerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
doorbladeren
- (overgankelijk) oppervlakkig een boek doorkijken
- Hij had het hoofdstuk wel even doorgebladerd maar kon op het examen geen touw vastknopen aan de erover gestelde vragen.
- (inergatief) doorgaan met bladeren
- Hij bladerde nog enige tijd door en legde verveeld het boek terug.