doorbladeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • door·bla·de·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorbladeren
bladerde door
doorgebladerd
zwak -d volledig

Werkwoord

doorbladeren

  1. (overgankelijk) oppervlakkig een boek doorkijken
    Hij had het hoofdstuk wel even doorgebladerd maar kon op het examen geen touw vastknopen aan de erover gestelde vragen.
  2. (inergatief) doorgaan met bladeren
    Hij bladerde nog enige tijd door en legde verveeld het boek terug.