dichtmaken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- dicht·ma·ken
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| dichtmaken |
maakte dicht |
dichtgemaakt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
dichtmaken
- een opening afsluiten
- Ze hebben het gat in de dijk al dichtgemaakt.