dateren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- da·te·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| dateren |
dateerde |
gedateerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
dateren
- (overgankelijk) de datum van ontstaan bepalen
- De vondst werd met koolstof-14 gedateerd op het begin van de zevende eeuw.
- (inergatief) uit een bepaalde tijd stammen
- Deze oorkonde dateert uit de zevende eeuw.
- (overgankelijk) een datum ergens aan hechten
- Wilt u dit even tekenen en dateren?