dateren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • da·te·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
dateren
dateerde
gedateerd
zwak -d volledig

Werkwoord

dateren

  1. (overgankelijk) de datum van ontstaan bepalen
    De vondst werd met koolstof-14 gedateerd op het begin van de zevende eeuw.
  2. (inergatief) uit een bepaalde tijd stammen
    Deze oorkonde dateert uit de zevende eeuw.
  3. (overgankelijk) een datum ergens aan hechten
    Wilt u dit even tekenen en dateren?
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen