daad
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- daad
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | daad | daden |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
- bewust gepleegde handeling, doelgericht
Spreekwoorden
-
- op heter daad betrappen; iemand betrappen terwijl hij bezig is
- (juridisch) onrechtmatige daad; een daad die schade veroorzaakt heeft, waarvoor men een schadevergoeding zal moeten betalen
- iemand met raad en daad bijstaan; iemand helpen, niet alleen met advies maar ook door handelen