cowboy
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- cow·boy
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | cowboy | cowboys |
| verkleinwoord | cowboytje | cowboytjes |
Zelfstandig naamwoord
cowboy m
- (beroep) iemand die op de wijze van het Westen van Amerika een kudde runderen hoedt
- Het vak van cowboy is fysiek bikkelhard.
- overdrachtelijk iemand die zich voordoet, kleedt of gedraagt als [1]
- Dat kun je toch verwachten van dat stelletje cowboys?