cowboy

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cow·boy
enkelvoud meervoud
naamwoord cowboy cowboys
verkleinwoord cowboytje cowboytjes

Zelfstandig naamwoord

cowboy m

  1. (beroep) iemand die op de wijze van het Westen van Amerika een kudde runderen hoedt
    Het vak van cowboy is fysiek bikkelhard.
  2. overdrachtelijk iemand die zich voordoet, kleedt of gedraagt als [1]
    Dat kun je toch verwachten van dat stelletje cowboys?