context

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·text
enkelvoud meervoud
naamwoord context contexten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

context m

  1. verband waarin iets zich voordoet
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen