bruto
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bru·to
Woordherkomst en -opbouw
Bijwoord
bruto
- (van gewicht) met de verpakking samen
- Door de stevige verpakking woog de zending bruto meer dan een kilo.
- (van salaris of opbrengst) zonder aftrek van kortingen of onkosten
- Hij verdient bruto meer dan een miljoen per jaar met optredens.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Overerving en ontlening
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | bruto |
| verbogen | - |
Bijvoeglijk naamwoord
- (van goud en zilver) met een vreemd metaal vermengd
- Is dit bruto zilver?
Indonesisch
Woordafbreking
- bru·to
Woordherkomst en -opbouw
- uit het Nederlands "bruto"
Bijvoeglijk naamwoord
bruto
Synoniemen
Antoniemen
Spaans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk | bruto | brutos |
| vrouwelijk | bruta | brutas |
Bijvoeglijk naamwoord
bruto