stom
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- stom
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | stom | stommer | stomst |
| verbogen | stomme | stommere | stomste |
| partitief | stoms | stommers | - |
Bijvoeglijk naamwoord
stom
- niet in staat te spreken
- Het maakte hem stom van verbazing.
- weinig intelligent
- Tja, dat was stom van me, natuurlijk.
- (informeel) vervelend, irritant, saai
- Wat een stom gedoe!
- Ik moet een stomme opdracht maken.
Synoniemen
- [2]: dom
Antoniemen
- [2]: slim
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Meer informatie
- Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.