stom

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stom
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen stom stommer stomst
verbogen stomme stommere stomste
partitief stoms stommers -

Bijvoeglijk naamwoord

stom

  1. geluidloos
    Een stomme film.
  2. niet in staat te spreken
    Het maakte hem stom van verbazing.
  3. weinig intelligent
    Tja, dat was stom van me, natuurlijk.
  4. (informeel) ergerlijk, vervelend, irritant
    Wat een stom gedoe!
  5. (informeel) saai
    Ik moet een stomme opdracht maken.
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.