stom

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stom
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen stom stommer stomst
verbogen stomme stommere stomste
partitief stoms stommers -

Bijvoeglijk naamwoord

stom

  1. niet in staat te spreken
    Het maakte hem stom van verbazing.
  2. weinig intelligent
    Tja, dat was stom van me, natuurlijk.
  3. (informeel) vervelend, irritant, saai
    Wat een stom gedoe!
    Ik moet een stomme opdracht maken.
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen