stom

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stom
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen stom stommer stomst
verbogen stomme stommere stomste

Bijvoeglijk naamwoord

stom

  1. niet in staat te spreken.
    Het maakte hem stom van verbazing.
  2. weinig intelligent.
    Tja, dat was stom van me, natuurlijk.
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen