bobslee

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bob·slee

Werkwoord

vervoeging van
bobsleeën

bobslee

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bobsleeën
    Ik bobslee.
  2. gebiedende wijs van bobsleeën
    Bobslee!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bobsleeën
    Bobslee je?