slee
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- slee
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | slee | sleeën |
| verkleinwoord | sleetje | sleetjes |
Zelfstandig naamwoord
slee
- een voertuig dat wordt voortgetrokken en dat voorzien is van twee glijders
Vertalingen
1. een voertuig dat wordt voortgetrokken en dat voorzien is van twee glijders
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| sleeën |
slee
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sleeën
- Ik slee.
- gebiedende wijs van sleeën
- Slee!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sleeën
- Slee je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.