binnenvallen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bin·nen·val·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
binnenvallen
viel binnen
binnengevallen
klasse 7 volledig

Werkwoord

binnenvallen

  1. (ergatief) zonder uitnodiging ergens naar binnen gaan
    Ze waren daar maar gewoon binnengevallen.
  2. (ergatief) een invasie plegen
    Vandaag is het 71 jaar geleden dat nazi-Duitsland Nederland en België binnenviel.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen