binnenlopen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bin·nen·lo·pen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| binnenlopen |
liep binnen |
binnengelopen |
| klasse 7 | volledig | |
Werkwoord
binnenlopen
- (ergatief) te voet binnengaan
- Hij was de verkeerde kamer binnengelopen en trok zich snel terug.
- (ergatief) (scheepvaart) een haven invaren
- Het schip was nog niet helemaal binnengelopen toen er een storm losbarstte.