bind

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • bind

Werkwoord

vervoeging van
binden

bind

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van binden
    Ik bind.
  2. gebiedende wijs van binden
    Bind!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van binden
    Bind je?


Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to bind
he/she/it binds
verleden tijd bound
voltooid
deelwoord
bound
onvoltooid
deelwoord
binding
gebiedende wijs bind

Werkwoord

bind

  1. inbinden
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen