inbinden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·bin·den
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van binden met het voorvoegsel in-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inbinden
bond in
ingebonden
klasse 3 volledig

Werkwoord

inbinden

  1. (overgankelijk) door stevige omwikkeling bijeenhouden
    Bind voorlopig dat verwonde been maar stevig in.
  2. (overgankelijk) losse geschriften tot een enkel boekwerk verwerken
    Ik heb de losse nummers van dit jaar in laten binden.
  3. (inergatief) minder heftig te keer gaan
    Na die kordate afwijzing heeft hij toch aardig ingebonden.
Vertalingen