bijvallen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·val·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van vallen met het voorvoegsel bij-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bijvallen
viel bij
bijgevallen
klasse 7 volledig

Werkwoord

bijvallen

  1. (ergatief) nog meer vallen
    Er was nog zeker 20 cm sneeuw bijgevallen.
  2. (ergatief) iemands zijde kiezen in een discussie
    Het verwonderde hem dat een aantal mensen hem bijgevallen waren, waarvan hij dat niet verwacht had.
  3. (overgankelijk) iemands zijde kiezen in een discussie
    Het verwonderde hem dat hij door een aantal mensen werd bijgevallen, waarvan hij dat niet verwacht had.