bies
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bies
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bies | biezen |
| verkleinwoord | biesje | biesjes |
Zelfstandig naamwoord
- een smal boordsel op een kledingstuk
- een dun en hooggroeiend oevergewas uit de familie van de Cyperaceeën
- een steel van de bies
- een smalle en rechte versieringslijn
Uitdrukkingen en gezegden
Zijn biezen pakken.
- Weggaan, wegwezen, zich uit de voeten maken.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Limburgs
Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
Voegwoord
bies
Pools
Zelfstandig naamwoord
bies m