bies

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bies
enkelvoud meervoud
naamwoord bies biezen
verkleinwoord biesje biesjes

Zelfstandig naamwoord

bies v/m

  1. een smal boordsel op een kledingstuk
  2. een dun en hooggroeiend oevergewas uit de familie van de Cyperaceeën
  3. een steel van de bies
  4. een smalle en rechte versieringslijn
Uitdrukkingen en gezegden

Zijn biezen pakken.

  • Weggaan, wegwezen, zich uit de voeten maken.

Meer informatie


Limburgs

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Komt van het Duitse bis (bi en zu)

Voegwoord

bies

  1. totdat


Pools

Zelfstandig naamwoord

bies m

  1. duivel
Synoniemen