besteding
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·ste·ding
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | besteding | bestedingen |
| verkleinwoord | bestedinkje | bestedinkjes |
Zelfstandig naamwoord
besteding v
- het uitgeven van geld of andere middelen.
- Zijn wekelijkse besteding aan koffie bedraagt 30 euro.
- het gebruik of aanwenden.
- Zijn besteding van de uren die hij nog had waren zeer effectief.