bespotten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·spot·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bespotten
bespotte
bespot
zwak -t volledig

Werkwoord

bespotten

  1. de spot drijven met
    De cabaretière bespot en bekritiseert BN'ers in haar voorstelling.
Vertalingen