beschamen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·scha·men
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| beschamen |
beschaamde |
beschaamd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
beschamen
- (overgankelijk) verlegen maken
- Zijn schandalige gedrag beschaamde zijn ouders.
Vertalingen
1. verlegen maken