beschaamd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·schaamd
stellend
onverbogen beschaamd
verbogen beschaamde

Bijvoeglijk naamwoord

beschaamd

  1. vol met de neiging zich te verbergen voor anderen
    De beschaamde ouders wilden niet onderkennen dat hun jonge dochter zwanger was.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
beschamen

beschaamd

  1. voltooid deelwoord van beschamen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen