bemanning
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·man·ning
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van bemannen met het achtervoegsel -ing.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bemanning | bemanningen |
| verkleinwoord | bemanninkje | bemanninkjes |
Zelfstandig naamwoord
bemanning v
- de personen die het benodigde werk aan boord van een schip of vliegtuig verrichten
Verwante begrippen
Vertalingen
1. de personen die het benodigde werk aan boord van een schip of vliegtuig verrichten
|
|