bemannen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·man·nen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bemannen |
bemande |
bemand |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
bemannen
- (overgankelijk) van het benodigde personeel voorzien
- Het was niet moeilijk het nieuwe schip te bemannen.