bemannen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·man·nen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bemannen
bemande
bemand
zwak -d volledig

Werkwoord

bemannen

  1. (overgankelijk) van het benodigde personeel voorzien
    Het was niet moeilijk het nieuwe schip te bemannen.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen