belenen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·le·nen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
belenen
beleende
beleend
zwak -d volledig

Werkwoord

belenen

  1. (overgankelijk) als onderpand voor een lening gebruiken
    Dit stuk antiek kan in een pandjeshuis beleend worden.
  2. (overgankelijk) (geschiedenis) in het leenstelsel (het feodale stelsel) werd door de leenheer iemand met een leen begiftigd
    17 februari 1404: Notitie dat hertog Willem beleende den heer van Egmond en van IJsselsteyn met alsulk goed, als hij tot dezen dage toe van de graaflijkheid van Holland in leen gehouden heeft.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen