belegeren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·le·ge·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| belegeren |
belegerde |
belegerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
belegeren
- (overgankelijk) met een leger omsingeld houden
- Leningrad werd gedurende vele maanden belegerd door de Duitse troepen.