legeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • le·ge·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
legeren
/'leɣərən/
legerde
/'leɣərdə/
gelegerd
/ɣə'leɣərt/
zwak -d volledig

Werkwoord

légeren

  1. (overgankelijk) een leger inkwartieren
    Deze troepen waren bij de grens gelegerd.


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
legeren
/lə'ɣɪːrən/
legeerde
/lə'ɣɪːrdə/
gelegeerd
/ɣələ'ɣɪːrt/
zwak -d volledig

Werkwoord

legéren

  1. (overgankelijk) verschillende metalen tot een verbinding samensmelten
    Hij legeerde goud met zilver en verkreeg zo elektrum.
Vertalingen