bekrachtigen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·krach·ti·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van kracht met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -ig
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bekrachtigen
bekrachtigde
bekrachtigd
zwak -d volledig

Werkwoord

bekrachtigen

  1. (overgankelijk) extra kracht bijzetten
    De man bekrachtigde zijn argumenten door een luide stem op te zetten.
  2. (overgankelijk) kracht van wet geven, bevestigen
    Daarmee werd die regeling bekrachtigd.
Vertalingen