bekomen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ko·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bekomen
bekwam
bekomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

bekomen [1]

  1. een goede of slechte uitwerking hebben
    Het eten is mij niet goed bekomen.
  2. (ergatief) herstellen
    Toen hij van de schrik was bekomen, kon hij eindelijk weer helder nadenken.
  3. (overgankelijk), (verouderd) in eigendom krijgen
    Hij wilde het nieuwe album van Robbie Williams bekomen.
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Bekomen / verkrijgen