bekomen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·ko·men
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bekomen |
bekwam |
bekomen |
| klasse 4 | volledig | |
Werkwoord
bekomen [1]
- een goede of slechte uitwerking hebben
- Het eten is mij niet goed bekomen.
- (ergatief) herstellen
- Toen hij van de schrik was bekomen, kon hij eindelijk weer helder nadenken.
- (overgankelijk), (verouderd) in eigendom krijgen
- Hij wilde het nieuwe album van Robbie Williams bekomen.
Vertalingen
1. een goede of slechte uitwerking hebben
|