beklemmen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·klem·men
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van klemmen met het voorvoegsel be-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beklemmen
beklemde
beklemd
zwak -d volledig

Werkwoord

beklemmen

  1. (overgankelijk) vasthouden in een klem
    Je moet het voorwerp goed beklemmen.
  2. (overgankelijk) een bedrukt gevoel geven
    Dat spul beklemt me behoorlijk.
  3. (overgankelijk) (juridisch) iemand onder beklemrecht brengen
    Wij zullen u beklemmen.
Vertalingen