beklag
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·klag
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | beklag | beklagen |
| verkleinwoord | beklagje | beklagjes |
Zelfstandig naamwoord
beklag o
- over iets klagen
- Hij ging zijn beklag doen bij de directeur, die dit alles veroorzaakt had.