beklagen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·kla·gen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| beklagen |
beklaagde |
beklaagd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
beklagen
- (wederkerend) zich ~: ontevredenheid uiten, klachten indienen
- Ik beklaag me al jaren over die slechte service.
- (overgankelijk) iemands leed bejammeren
- Zijn lot werd door zijn gehele familie en vriendenkring beklaagd.
Vertalingen
1. ontevredenheid uiten, klachten indienen
|
2. iemands leed bejammeren
Zelfstandig naamwoord
beklagen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord beklag
Duits
Werkwoord
beklagen
- (wederkerend) sich ~: zich beklagen.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Voorvoegsel be- in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Onscheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Wederkerend werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Zelfstandig-naamwoordsvorm in het Nederlands
- Woorden in het Duits
- Werkwoord in het Duits
- Wederkerend werkwoord in het Duits