bekendheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·kend·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bekendheid -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bekendheid v

  1. het bekend zijn bij velen
    Hij verwierf hierdoor grote bekendheid.
  2. het bekend zijn met iets
    Zijn bekendheid met deze materie is een groot voordeel voor onze vereniging.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen