begrijpelijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·grij·pe·lijk
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van begrijpen met het achtervoegsel -lijk.
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | begrijpelijk | begrijpelijker | begrijpelijkst |
| verbogen | begrijpelijke | begrijpelijkere | begrijpelijkste |
| partitief | begrijpelijks | begrijpelijkers | - |
Bijvoeglijk naamwoord
begrijpelijk
- op een manier voorgesteld die door anderen verstaan kan worden
- waarvoor anderen begrip kunnen opbrengen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1.