beginner

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·gin·ner
enkelvoud meervoud
naamwoord beginner beginners
verkleinwoord beginnertje beginnertjes

Zelfstandig naamwoord

beginner m

  1. iemand die nog maar net iets gaan beoefenen
    Hij schreef een bridgecursus voor beginners.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen