beenhouwer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • been·hou·wer
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van been en houwer (iemand die houwt)
enkelvoud meervoud
naamwoord beenhouwer beenhouwers
verkleinwoord beenhouwertje beenhouwertjes

Zelfstandig naamwoord

beenhouwer m

  1. een verkoper van vlees
    Hij is naar de beenhouwer voor gehakt.
  2. een slachter
    De beenhouwer was de koe aan het slachten.
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen