bedrog

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·drog
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bedrog -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bedrog o

  1. het met kwade opzet misleiden van iemand
    Deze veelgeroemde wetenschappelijke publicatie berust op bedrog.
Vertalingen

Meer informatie