bedekken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·dek·ken
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bedekken |
bedekte |
bedekt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
bedekken
- (overgankelijk) iets over iets heen plaatsen zodat het niet zichtbaar is
- We moesten de spullen in de kofferbak bedekken tegen dieven.