bedekken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·dek·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bedekken
bedekte
bedekt
zwak -t volledig

Werkwoord

bedekken

  1. (overgankelijk) iets over iets heen plaatsen zodat het niet zichtbaar is
    We moesten de spullen in de kofferbak bedekken tegen dieven.
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen